De basis voor samen beslissen ligt in het multidisciplinair overleg



Na een eerdere succesvolle aanpak bij de borstkankerzorglijn voert het Maastricht UMC+ het project Beslist samen! uit bij enkele oncologische zorglijnen. In het multidisciplinaire overleg (MDO) wordt niet meer hét behandelplan, maar worden behandelopties voor de patiënt vastgesteld. Wilma Savelberg, gezondheidsvoorlichter vertelt over de aanpak in het Maastricht UMC+.

Wilma Savelberg

Wilma Savelberg, gezondheidsvoorlichter

‘Bij de borstkankerzorglijn triggerde deze aanpak artsen om niet zoals gebruikelijk één vast behandelplan aan de patiënt voor te leggen, maar meerdere opties. Dit betekent wel dat je in het zorgpad ook een beslismoment moet inplannen’, vertelt Savelberg, die promoveert op het onderwerp Samen beslissen. ‘Wij zetten bewust in op het zorgproces. Je kunt hulpmiddelen als keuzehulpen droppen, maar dat volstaat niet. Samen beslissen bestaat uit meer dan een keuzehulp aanbieden. Daarom beginnen we bij het MDO en kijken hoe we daar winst kunnen behalen.’

Gedragsverandering
Daarnaast past Savelberg bewezen effectieve strategieën voor gedragsverandering toe, zoals sociale beïnvloeding. ‘Binnen oncologie zijn diverse artsen al overtuigd van het nut van samen beslissen. Leden van de projectgroep Beslist samen! zijn voorlopers en een van hen was ook al betrokken bij het borstkankerproject. Voorlopers hebben een belangrijke voorbeeldfunctie en sociale invloed.’ Daarnaast wordt het artsen zo gemakkelijk mogelijk gemaakt door bijvoorbeeld het rapportagesysteem eenvoudig te houden.

Meten en feedback
Savelberg start het project Beslist samen! met een nulmeting, waarbij ze tijdens het MDO observeert hoe het team nu tot een behandelplan komt. Deze observaties vormen het startpunt voor een andere werkwijze. ‘We willen ook audio-opnames laten maken in de spreekkamer, die we scoren met een specifiek meetinstrument. Dat doen we samen met de artsen zelf.’
Gedurende het project worden de metingen een aantal malen herhaald. Savelberg: ‘De metingen dienen twee doelen: ze laten enerzijds zien of we voortgang boeken, maar we benutten de observatiescores ook om artsen te laten zien waar we staan en waar concrete verbeteringen mogelijk zijn.’